(Part 21)”Filmen aan zee”…

Een donkere lucht, een enorme plensbui, een verlaten strand, leeg terras, strandwachten die uit verveling binnen de ramen aan het zemen zijn, máár, een tjokkevol strandpaviljoen. Familie, vrienden, grote en kleine fans, tal van verregende terrashangers, een boek aan hondenrassen én een man+camera die een optreden lang overal vreed irritant in de weg mocht lopen zonder dat ie daar vanachter de microfoons driestemmig commentaar op kreeg. Dat laatste zal ik even uitleggen. Een Brabantse studievriend van ‘ons pap’ had een tijdje geleden het kroost aangeboden om es een filmpje te schieten van alles rond een optreden; leuk voor de site ook. Nou, daar had het kroost wel oren naar. En dus werd er een draaiboek gemaakt en een datum geprikt…
De opnames starten die zondag natuurlijk aan de Steenovenweg. ‘De man van TMF’ (zo werd ie al snel gedoopt) geeft het kroost opdracht te doen wat ze altijd doen vlak voor een optreden. En dus wordt zoonlief buiten gefilmd tijdens het (zonder zuchten deze keer) inladen van de muziekzooi en mogen de meiden binnen verven en plamuren voor de spiegel. Dat er redelijk wat verschillende shots gemaakt moeten worden, vinden de meiden niet zo erg, alleen, als eindelijk alles er goed op staat, hebben ze een laag make-up waar ze nog máánden plezier van zullen hebben. Affijn, heel de bups vertrekt een uurtje later richting de kust, waar we een dreigend donkere lucht aantreffen. Die zorgt er dus voor dat we binnen moeten spelen; jammer voor de mensen buiten op het terras maar het is niet anders. Toch, op een zeer doeltreffende manier zijn de weergoden ons bijzonder gunstig gezind. Als die namelijk halverwege de eerste set de hemelsluizen open gooien, zit binnen de kortste keren heel het paviljoen vol. Leuke verrassing voor het kroost, immers, hoe meer zielen hoe meer vreugd.
Mede door het vrolijke publiek kan na afloop ook dit optreden weer als super leuke herinnering mee naar huis. Nou ja, naar huis, we moeten nog wel even wachten tot de zon onder gaat, want dat staat namelijk nog in het film-draaiboek, “GBB bij zonsondergang…”. Na een snel hapje en drankje is het dan zo ver. Helaas pindakaas hebben de weergoden ‘Boven’ niet goed op ons draaiboek zitten letten (zondagdienst zeker…); de zon gaat namelijk wel onder, alleen met een bérrug wolken d’r voor. Vreed jammer, maar het is niet anders.
Als we na de bewolkte shoot op het strand aan het opruimen en inladen zijn, schieten ze ‘Boven’ toch nog even wakker. De donkere wolkenflard maakt zich uit de voeten en ja hoor, daar is de zon. Breed grijnzend en met een diep oranje glimlach zakt ze in zee…
Plaats een reactie

(Part 20)”The wild rovers”…

Super gezellig terras, vrolijk publiek, een uitgelaten GBB, maar ook een ‘en ík doe lekker niet mee!’-buitentemperatuur. Van achter een warme bak koffie (dat dan weer wel) zag ik de digitale cijfers op de grote paal naast de weg langzaam naar vijftien graden kruipen. Het zingende kroost had er gelukkig weinig last van, afgezien van wat krampachtig gekruiste benen en een paar ‘dûûûh, dat doe ik dus wél!’-sprintjes naar het toilet tussen twee nummers door…
Tijdens de pauze deelde paps mee dat ie éventjes op de markt ging kijken of daar iets (snik, VanalleS dus) te doen was en vertrok met de belofte dat ie onderweg wel iets leuks voor ons zou meenemen. Helaas, dat sommige Ingelsjes vaak ‘eventjes’ zeggen maar het tegendeel dóen en dat ze aan gemaakte beloftes wel es een prettige draai geven, werd toen maar weer es bewezen. Paps dook namelijk pas tegen het eind van de avond weer op. En het ‘leuks’ wat ie mee zou nemen had ie niet bij maar ín zich. Het kroost viel van verbazing bijna van hun kruk toen hij vrolijk klappend en dansend het terras terug op kwam (hm, die had op de markt dus duidelijk geen thee gedronken). Dat paps met z’n performance alle aandacht naar em toe trok, kon het kroost wel even hebben. Alleen, toen ie ze tijdens zijn beroemde cowboy-dansje ook nog even plagerig toe riep dat er op de markt een hartstikke leuke band speelde, was de GBB-maat spontaan vol. Met een streng ‘en nóu zitten!’ was het gedaan met z’n one man show…
Typisch was wel dat er deze avond geen Dubliner voorbij kwam. De baas van de Ierse pub had namelijk aan het begin gevraagd of ze The wild rover wilden spelen. Jongste dochter had em toen nog plagerig gezegd: “Maybe; but eh, what if we dont’ play it?” Met een nuchter ‘well, than I won’t pay you!’ had ie haar achtergelaten. Ha, da’s duidelijk, dacht ik toen nog. Alleen, na het (derde) allerlaatste nummer bleek het kroost The wild rover dus écht no nay never no more te spelen. Reden: ze hadden de tekst niet mee.
Punt blijft dat het kroost nog steeds succesvol blijft weigeren om teksten en bijbehorende akkoorden uit hun hoofd te leren. Daar werden ze deze avond trouwens prettig voor afgestraft. Omdat er onder het afdak op het terras geen verlichting was, moesten ze dus hun eigen lampjes gebruiken. Alleen, de batterijen daarvan hadden blijkbaar hun avond niet, want die werkten maar op halve kracht. Niet verwonderlijk dus dat er wel es een refreinzin ingezet werd terwijl de buren nog halverwege een couplet zaten. Of dat stukjes tekst er bij in schoten en Bart Denver zonder kiss en smile met z’n jetplane vertrok…
Vanwege deze (vrolijke maar toch) akkefietjes heb ik weer maar es bij het koppige kroost opgegooid of ze zich niet es een week of wat voor het leren van de teksten wilden inspannen.
“Alle andere bands doen dat toch ook gewoon?!” besloot ik.
“Doei”, kreeg ik toen driestemmig terug, “wij zíjn niet gewoon en dat willen we graag zo houwen!”
Tsja, en dan kun je inpakken als pedagoog…
1 Reactie

(Part 19)”Stil rond mij”…

Het merendeels vrolijk chaotische karakter van ons Ingelsjes maakt dat we (goh…) ook veel van ‘dat soort’ situaties en mensen aantrekken. Da’s geen Geheim, maar gewoon logisch.
Dat oudste dochter een hele tijd geleden als een blok achterover viel voor een vrolijke, prettig ongestructureerde en zeer temperamentvolle muzikant was dan ook geen echte verrassing. Dat ie zich bij de eerste kennismaking met een brede grijns voorstelde met ‘Hoi, ik ben A, en ik ga ontzettend met je dochter trouwen!’ leverde wel licht gefronste wenkbrauwen op, maar we hadden al snel door dat het menens was tussen die twee. Dat de jongeman al snel z’n titel ‘aanstaande schoonzoon’ verruilde voor ‘aanstaande vader’, mwoh, dát was wel een verrassing ja. Ook voor de prille aanstaande ouders; hun ‘eerst trouwen, dán kindjes’-planning hadden ze blijkbaar toch een beetje verkeerd de kosmos ingestuurd. Maar goed, ze zijn d’r super gelukkig mee (wij ook!) en dat telt.
Vervelend voor dochterlief is wel, dat haar braak-niveau soms bijzonder hoog ligt. Verzin een willekeurig geurtje en d’r volgt een snelle sprint naar het toilet. Ze heeft er totaal geen controle over en zo ook wat betreft haar horrormonen. Het ene moment is ze super overgevoelig en jankt ze om niks, het andere moment is ze in staat om alles en iedereen enorm knock out te slaan. En dat stuitert zo een hele dag door… Moeilijk voor haar maar ook voor de mensen om haar heen. Je moet vaak bliksemsnel overschakelen van fluwelen- naar bokshandschoenen en ja, de juiste timing schiet er soms wel es bij in…
Helemáál ingewikkeld wordt het als ook andere zus d’r horrormonen op gaan spelen. Ondanks dat die maar één keer in de maand over je heen walsen, twee van die meiden bij mekaar is hard werken hoor. Zeker rond een optreden, waar vooral broerlief z’n handen vol heeft aan z’n stuiterende zussen.
Het gaat deze avond gelukkig nog steeds goed; afgezien van af en toe wat gefronste wenkbrauwen op het podium houd het kroost zich gedeisd en verloopt het eerste halfuurtje zonder gedoe. Het gaat mis als iemand van de setlist (volgorde te spelen nummers) af wil wijken. Ik hoor een hoop stevig gefluister achter de microfoons en voor zover ik kan zien moet zoonlief het opnemen tegen team Horrormonaal. Uiteindelijk zetten ze toch het nummer van Van Dik Hout in. Dan, op het moment dat de refreinzin ‘en het is zo stil in mij’ klinkt, valt ploink, de stroom uit…
De timing van de (voor Ingelsjes zeer ongeloofwaardige) gezongen zin en de overweldigende stilte in de zaal doet me binnen een paar seconden iets bij leren: nóóit in een deuk gaan dan als je mams van de band bent! De afgevuurde blikken vanaf het halfduistere podium zijn namelijk allesbehalve vriendelijk. Snap ik wel, want ze hebben dit nog nooit meegemaakt. Op de vraag waar de kortsluiting zit, bij ons of elders, komt gelukkig snel een antwoord. Het is die middag namelijk al een paar keer voorgevallen, zegt iemand naast me, dus het komt wel weer goed. En dat kwam het ook. Zonder stroomscheuren wordt de rest van de set afgespeeld. Drie vrolijke muzikanten stappen na het optreden van hun krukken en beginnen neuriënd met afbreken. Goh, waar een kortsluitinkje al niet goed voor is, want ook tijdens het inladen van de auto’s valt er geen onvertogen woord, zelfs niet als het halverwege zeer irritant begint te stortregenen. Terwijl ik ze een tijdje gadesla denk ik bij mezelf ‘hm, érgens zijn het toch drie geweldige kinderen, hè!’
En ploink, toen viel de stroom weer uit.
Logisch…
1 Reactie

(Part 18)”Rockin’ all over the Steenovenweg”…

Zoonlief, net geslaagd voor zijn Havo-diploma, kreeg natuurlijk van alle kanten de vraag “Goh, en wat ga je nóu doen?”
“Naar de Rock natuurlijk”, was zijn steevaste antwoord.
Dat er voor die opleiding heel veel aanmeldingen waren en er maar een klein percentage aangenomen werd, zou dus best kunnen betekenen dat ie buiten de rock-boot kon vallen. Alleen, dat laatste vond zoonlief een super stomme gedachte. Wel, z’n zelfvertrouwen werd beloond; in die zin, hij kwam door de eerste selectieronde! Daarna is ie samen met twee muziekvrienden én de meiden natuurlijk auditie wezen doen, had een gehoortest, een enerverend gesprek met de commissie en toen, toen kwam het grote drie weken wachten op De Definitieve Uitslag…
Het feit dat zoonlief zijn muzikale toekomst even in de handen van een beoordelingscommissie had gelegd, trok een zware wissel op ons gezinnetje. Hij heeft namelijk sowieso een bloedhekel aan éven wachten, laat staan dat ie dat drie wéken moet doen. Zijn zucht-rijke, rusteloze en vooral onberekenbare gedrag leidde er toe dat onze fluwelen handschoenen niet áan te slepen waren, waardoor we al snel unaniem overschakelden op plan B:  hem ‘vriendelijk doch enorrum negeren!’ Helaas, ook dat lukte maar even, en ja, omdat we plan C (buiten gooien!) vanwege het slechte weer iets te rigoureus vonden, zijn we met veel gestuiter en gespetter de laatste weken doorgekomen.
En toen was het woensdagmorgen… Jarenlange minuten vol spanning zitten wachten tot het autootje van de post voorbij zou scheuren. Uiteindelijk een snelle sprint naar de postbus en hoera, De Brief zat erbij! Alleen, geen brede glimlach van zoonlief maar een diepe frons, want hij voelde z’n twee demo’s zitten. Na het open maken van het pakket en drie gelezen regels was het duidelijk: “niet toegelaten”…
En toen werd het stil hier, heel stil, een hele pokke verdrietige dag lang… Terecht. Behalve een hele grote hoop spaarcentjes had zoonlief ál z’n best in de demo’s en auditie gestoken. Dat enorme stuk ‘best’ werd in de begeleidende beoordelingen (vocals en gitaar) zeer positief gewaardeerd: hij hád het! Alleen, de jonge leeftijd nog van z’n stem en het o.a. missen van een stukje theoretische kennis wogen zwaarder dan zijn enthousiasme. Gezien de uitleg en adviezen waren z’n ‘zwakke plekken’ absoluut te versterken, alleen, dat was niet aan de Rock maar aan hem. Kortom, hij was gewoon een jaar/paar jaar te vroeg… Moeilijk te verteren als je belevingswereld al maanden op ‘het gaat me lukken!’-niveau zit en de vele mensen om je heen bewondering hebben voor je inzet en zelfvertrouwen. Dat een positieve instelling en vertrouwen in jezelf niet altijd genoeg blijkt, was een harde les en zal nog even z’n verwerkingstijd nodig hebben. Toch, schrale troost, maar het muzikale moment waar zoonlief nu staat, is door een stel kundige en objectieve mensen op veel punten positief beoordeeld, dus hij is absoluut op de goeie weg. Het is alleen een harde dobber voor hem dat ie die muzikale leerweg niet kan vervolgen op de Rock; z’n jonge leeftijd en stem vragen blijkbaar een stukje ontwikkeling waar ie eerst zélf aan moet werken.
Al met al, we gaan hier nu met z’n allen als een speer zoon- en broerlief boven water helpen en em steunen bij plan B (wát te doen als de Rock niet door gaat). Een plan wat ie een half jaar geleden wel had, alleen, dat zit nu nog even enorrum ver weg ergens. Komt wel boven, al was het maar omdat er in Tilburg al een kamer op hem wacht. Enne, de basis voor het studentenleven heeft ie in ieder geval wél; met ‘gebakken aardappelen’ als favoriete groente is ie voor dát toelatingsexamen al ruim geslaagd.
Rock on Bart!
Plaats een reactie

(Part 17)”Good case of loving you”…

Super vrolijke Ingelsjes deze morgen thuis; ze hebben een optreden voor de boeg met hun muzikale pleegpapa achter de knoppen dus hun dag is bij voorbaat al geslaagd. Totdat een kort smsje, ‘geluidsman is gisteravond enorrum door z’n rug gegaan’, roet in het muzikale eten dreigt te gooien. Even maar gelukkig, want het blijkt dat ie tóch aanwezig zal zijn. Iedereen blij, maar ook wel een beetje bezorgd. In die zin, de Ingelsjes weten dat muzikanten verrekte koppig kunnen zijn wat betreft het podium op gaan terwijl het éigenlijk niet kan. Onder het mom ‘de band én het publiek rekenen op me’ hebben ze zelf ook al vaak de muziekgoden verzocht, dus als een andere muzikant dat doet zullen de Ingelsjes de laatsten zijn die dat tegen gaan spreken.
Affijn, op de plaats van bestemming wordt het kroost warm ontvangen door hun (muzikale) pleegmams en paps, alhoewel de laatste daar motorisch toch redelijk wat moeite mee heeft. Hij loopt/staat/zit/hangt namelijk zo krom als een deur, maar maakt meteen korte metten met onze bezorgde mimiek. Het gaat allemaal wel lukken, zegt ie vrolijk, want hij heeft namelijk ‘super hoeie pill’n’ genomen. We besluiten hem op z’n woord te geloven.
Ik zit vlak na het eerste nummer net heerlijk onderuit met m’n koffie en sigretje als vanachter een paar microfoons ‘maham, we hebben zo’n dorst…’ klinkt en twee enorm zielige gezichten me aankijken. ‘k Denk heel pedagogisch bij mezelf ‘ja, doei! Ik heb jullie al duizend keren gezegd dat je vóór het optreden zelf voor je nadorst moet zorgen, dus bekijk het maar!’ Alleen, zo’n gedachte hou je als mams niet lang vol, want Ingelsjes achter een microfoon hebben namelijk best veel macht. In die zin, de vraagsters blijven net zo lang zeuren totdat ik braaf drankjes ga halen. Nadat ik heel de handel afgeleverd heb en zónder een warm ‘dankjewel’ en oorverdovend applaus het podium weer af ga, loop ik quasi mopperend terug naar m’n tafel. Ach ja, bedenk ik me daar even later,paps en ik zijn nou eenmaal slechts sjouwers, slepers, chauffeurs, regelaars, bliksemafleiders, ruziesussers, dappere ‘eeeeh, we hadden geen geld voor je cadeau…’-feestvarkens, meedenkers, stimulators, bankfiliaal, hotel, rotsen in de branding, dus, hoezo ‘applaus’… Bovendien, heb dit voorgaande (met gevaar voor eigen leven) ooit wel es bij het kroost opgegooid en kreeg toen een boos driestemmig “Mam! Je moet niet zo emmeren, we hóuwen toch van jullie?!” terug, dus ja…
Affijn, ik ben het voorval al snel weer vergeten, hoor. Het geluid is namelijk super (hoeie pill’n!) en samen met een hele berg speciaal voor het kroost gekomen fans om me heen is het genieten geblazen.
Tegen het einde van de set zit ik in een vrolijk gesprek met m’n buurman verwikkeld als ik met m’n andere oor iets opvang.
“Ja mensen”, hoor ik, “we gaan nu de laatste twee plaatjes spelen en…, oh nee, wacht, dat zeg ik verkeerd natuurlijk… Eh mensen, we gaan nu het láátste plaatje spelen! Enne, dan zeggen júllie daarna ‘we want more’ en dan spelen we d’r nóg eentje. Zo staat dat toch in ons script, hè mam?!”
Kreng, denk ik even, nu kijkt iedereen naar mij terwijl zíj het gewoon spontaan enorrum zit te verzinnen. Maar goed, na het ‘laatste’ nummer roep ik samen met het publiek dus braaf ‘we want more’ en dochterlief bedankt nog even de organisatoren en het publiek voordat ze met ‘de toegift’ inzet. Ik sein nog even onopvallend dat ze het applaus voor de geluidsman niet moet vergeten en ik hoor ‘doe ik straks mam!’. En-dus stapt ze na het allerlaatste nummer van haar barkruk en gaat opruimen. Sodeju, denk ik dochterlief toe, heeft die arme man een hele tijd zwaar gedrogeerd achter die knoppen gehangen en nou vergeet je hem gewoon!
Oke, dacht ik later, weet je wat? Dan zetten we het gewoon op het GBB-beeldscherm.  Zo van:  “Hé Peet, super geweldig dat je er die zaterdagmorgen, ondanks je hallucinaties van een zacht en warm bed, toch was voor dat muzikale zootje ongeregeld!”
Plaats een reactie

(Part 16)”Oerend zachtjes”…

Na de zeskamp een optreden tijdens de Geuzenfeesten: geweldig! Een thuiswedstrijd, gevuld met familie, honderden bekenden én fans. Jammer was wel dat veel van die familieleden en bekenden na de zeskamp massaal naar de speelweide gingen, omdat daar het touwtrekken begon.
Weken daarvoor had hier het plan “we steken die middag gewoon het touw weg!” hardnekkige vormen aangenomen, alleen besloot het kroost uiteindelijk dat ze dat niet konden maken, omdat hun ooms al máánden met voorbereidingen bezig waren geweest, dus ja.
En dat ze de avond er voor mee wilden feesten in de tent met alle Biervlietenaren maar dat ze van feestvieren altijd best schor worden en met een optreden voor de boeg dus een hele avond hun klep dicht zouden moeten houden en dat dat zeer on-Ingels was en dus niet kon, leverde ook heel wat discussies op.
Maar goed, ondanks dat hun volume redelijk aan kracht had ingeboet zijn ze toch zonder verdere stemscheuren de feesttent uitgekomen, ‘Het Touw’ lag die vrijdagmiddag netjes op z’n plaats en het terras op de markt zat toch lekker vol. Het werd dan ook een bijzonder gezellig en geslaagd optreden…
Ook heel bijzonder was het optreden een week er na op een cruise schip. Nou ja, de Henry Dunant was dan niet echt een cruise schip, maar goed, het vertelde wel leuk.
Vlak voor dat optreden hadden we wel allemaal even onze stille reserves; de leeftijd van de gasten aan boord was vijfenzestig plus en ja, het kroost had nou niet echt repertoire wat ze kenden, dachten we. Toch, tot onze grote verbazing had het merendeel van de ouderen het prima naar hun zin. De sixties-nummers deden het goed, door de zaal liepen ook constant vrolijk meezingende vrijwilligers en op de dansvloer was een energieke, grijzende man te vinden die daar een hele avond bijna niet vanaf was te slaan. Na een half uurtje werd zelfs gevraagd of we niet ietsje harder konden (we waren namelijk op minumum capaciteit gestart) en daardoor werd ook de geluidskwaliteit een stuk beter.
Ook al konden veel mensen vanwege lichamelijke condities niet meer uitbundig meedeinen of applaudiseren, juist daarom was het voor de kids een bijzondere avond. Ze leerden namelijk anders kijken, leerden letten op kleinere details; een licht wiegend hoofd, een hand die bewoog op de maat van de muziek, een moeizaam naar boven komende duim na afloop: het werd gezien en was hartverwarmend. Opmerkelijk ook was een omaatje die tegen half tien geeuwend in haar rolstoel voorbij kwam racen en quasi boos tegen haar begeleidster zei: “Leuk hoor! Nou spelen ze éindelijk liedjes die ik ken, Beatles, Stones, en nou moet ik verdorie naar bed!”
Al met al, een ervaring rijker gingen we die avond de lange, steile loopbrug af. Vol bewondering ook voor de vele vrijwilligers aan boord, die zo’n reis voor de veelal hulpbehoevende gasten toch maar mogelijk maken. Blij waren we wel dat die boot al die tijd gewoon vast aan de kade had gelegen. Wij Ingelsjes hebben namelijk niet echt zeebenen en een op en neer gaande horizon loopt ook enorm synchroon met onze magen.
Baai de wee, optreden op een varende boot had toch niet gekund; zo’n lang verlengsnoer hebben we namelijk niet…
Plaats een reactie

(Part 15)”Busje komt niet zo”…

Het gebeurt niet vaak; dat het kroost uit moet rukken en dat ik er niet bij ben… Helaas kon het deze keer niet anders en met toch wel een beetje rotgevoel zwaai ik die middag rond een uur of twee paps en het kroost uit. M’n rotgevoel heeft behalve een zielig stukje ook een stukje onrust. En die onrust wordt beloond; in die zin, na tien minuten stuift de Ingelsjes-Daewoo hier weer voorbij. Met een mimiek die rokende boekdelen spreekt komt zoonlief het tuinpad op gerend, stormt de kamer binnen, moppert in het voorbijgaan nog even ‘we waren de muziekmappen vergeten!’ en met de tas plus inhoud (stond nog zielig te wachten bij de piano) rent ie weer weg. Voor de tweede keer zwaai ik ze na. De onrust blijft. Vreemd…
Het is rond een uur of acht die avond als de telefoon gaat.
“Shit, mam!” tettert iemand in m’n oor, “wat er nóu weer gebeurd is!”
Even hou ik m’n hart vast.
“Komen we terug gereden, zegt pap ineens ‘goh, wat hoor ik toch voor kabaal achter de auto?’ Mám, blijkt het muziekkarretje een klápband gehad te hebben! We konden nog net een parkeerstrook halen! Pap komt nu naar huis om de grote kar te halen en wij, wij zitten hier héél zielig naast het muziekkarretje op een parkeerstrook langs de snelweg… En het is hartstikke koud trouwens!”
Terwijl m’n eerste schrik langzaam zakt, bedenk ik dat ze goed weggekomen zijn. Voor hetzelfde geld was dat pokke karretje gaan zwiepen, met alle gevolgen van dien… Affijn, na een half uurtje scheurt paps voor, haakt de grotere kar aan en stuift weer weg.
Even later telefoon.
“Shit mam”, tettert iemand in m’n oor, “had ik daarnet al gezegd dat het hier hartstikke koud was?”
Ja, dat had ze al.
“Wor je hartstikke sagerijnig van hoor!”, gooit ze er nog even boos achteraan.
Snap ik.
“Nog even volhouden meid”, zeg ik, ”hulp is onderweg”.
Affijn, na een uurtje arriveert paps hier weer terug, samen met de verkleumde parkeerstrook-hangjongeren. Het muziekkarretje, ondersteboven liggend op de grote kar, ziet er behoorlijk gehavend uit en de linkerband is inderdaad heel erg dood. Máár, wat er uit de auto gestapt komt, is springlevend. Hebben wel een rothumeur, alleen, da’s snel weg gepraat. Want ondanks het klapband-voorval wint het optreden, wat namelijk heeeeel bijzonder was, zeggen ze in koor. Met gemengde gevoelens hoor ik alle (driestemmig door mekaar-) verhalen aan; tuurlijk baal ik dat ik dat niet meegemaakt heb, maar, ik ben vooral blij dat ze allemaal weer heelhuids thuis zijn.
In ieder geval peins ik, dat we maar es snel op zoek moeten naar een muziekkar zonder gedoe; een kar die opzij gaat voor in de weg liggende gitaren, allergisch is voor diepe sloten en klapbanden, ook voor vrouwen los en vast te maken is, geen bekabeling hoeft die overal achter blijft hangen en waar je gewoon honderd of harder mee mag op de autowegen… Met andere woorden: een búsje zou wel een uitkomst zijn.
Oke, dan zit er niks anders op dan maar es een bank te gaan overvallen…
Plaats een reactie

(Part 14)”Queen of the day”…

Dat het prettig gestoorde karakter van het kroost zelfs de krant haalt ( ‘je moet de drie niet al te serieus nemen’) is op zich niet verbijsterend. In tegenstelling tot de verslaggever maak ik ze namelijk bijna elke dág mee, dus eh, breek me de bek niet open. Die hilarische ‘tic’ om zo veel mogelijk dingen ánders te zeggen en te doen dan je in bepaalde situaties zou verwachten, hebben ze van geen vreemde; paps en ik zijn namelijk ook niet echt ‘doorsnee’ en ja, dat geef je door hè… Plus, in het leven zitten nou eenmaal enorm veel dingen die je met een lach kunt bekijken, dus waarom zou je het laten.
Zo ook op koninginnedag. Ondanks dat we al een enerverend muzikaal weekend achter de rug hebben, rijden we toch vol vrolijke verwachting richting Terneuzen. Een afgeladen Markt lacht ons die avond toe, want de zon heeft van deze dag een echte terrasjesdag gemaakt. Terwijl het kroost nog even vrolijk van de ene naar de andere bekende vliegt, plof ik neer in een stoel.  Heb goed zicht op het podium en het publiek, het zonnetje schijnt en paps en ik hoeven ons nergens zorgen om te maken want het kroost wordt deze keer door anderen versterkt. Cádeautje!
Ik geniet dan ook enorm van het optreden. D’r wordt weer prettig verkeerd afgeteld, gis- en cis-mineur zijn weer chronisch zoek, de volgorde van mijn stiekem achtergehouden extra setlist klopt na het derde nummer al niet meer, hier en daar sneuvelt er wel es een gitaarakkoord vanwege pijnlijke vingertoppen, de interactie met het publiek is hilarisch, máár, de muziek en stemmen klinken als een klokje. Petje af voor de geluidsman; die staat hier vandaag al een tijdje en bovendien is de GBB versterken niet niks. Gitaarpartijen, leadzang en tweede/derde stemmen wisselen namelijk doorlopend en bovendien is er nu ook nog es een piano bij. Op zich geen ramp, maar als de gitaarspeelster snel wisselt van plaats en achter de piano gaat zitten, blijkt de microfoon voor haar neus niet aan te staan. Da’s niet handig als je moet zingen en met de nodige gebaren seint ze naar de geluidswagen. Het duurt een paar seconden voordat er daar reactie komt, maar áls die komt is dochterlief’s zinnetje ‘Hé Chris, wor es wákker joh!’ bijzonder luid en duidelijk over de hele Markt te horen. Helaas pindakaas voor Chris laat dochterlief het daar niet bij. Omdat de meeste hoofden van het publiek nu toch op de geluidswagen gericht zijn, besluit ze de ‘arme’ man gelijk maar even te belonen met een warm applaus. Een (altijd) prettige samenwerking is de GBB veel waard en daar mogen blijkbaar best even een heleboel handjes voor op mekaar.
Na deze vrolijke onderbreking kunnen alle gezichten weer richting podium. Ondanks dat de GBB de zon achter de kerktoren speelt en het behoorlijk fris wordt, blijven de meeste mensen toch zitten. Na het laatste nummer roepen die nog wel even om meer, maar het kroost schudt glimlachend ‘nee’. Ik begrijp het; ze zijn moe en ondanks dat daar tijdens dit optreden niets van was te merken, het laatste gitaarakkoord heeft voor hen toch een psychologisch effect, want ze rollen nu bijkans van hun krukken.
Als ze van het podium af stappen worden ze nog even aangesproken door wat mensen en ik hoor iemand vragen: “Jeetje, waar hebben jullie dat muzikale toch vandaan?!”
“Och”, zegt eentje van het kroost met een brede glimlach, “wij hebben gewoon aanleg voor talent”…
Met andere woorden: niet al te serieus nemen dus!
Plaats een reactie

(Part 13)”Once upon a time somewhere in the West”…

Sta je in een volle zaal op te bouwen, loopt alles als een trein tot je gaat soundchecken. Blijken alle microfoons het niet te doen. De vraag ‘Eeeehm, en wat nu?’ zorgt voor druk feestvierende stressneuroontjes en vijf vrolijke humeuren gaan even enorrum naar de Filistijnen. Totdat iemand tijdens het muggelen aan de versterker de werking van een klein knopje ontdekt en blijkt dat dat pokke ‘ik sta altijd naar réchts!’-knopje dus naar links stond…
Of je staat in een gezellig cafeetje op te bouwen, alles loopt als een trein, de microfoons doen het, alleen ligt nu één van de gitaren dwars en verrekt het om geluid te geven. Tot twee keer toe ander snoer gepakt, helpt niet. Totdat  na lang vijfstemmig zuchten iemand op het lumineuze idee komt de batterij te vervangen…
Ook leuk: je komt op de plaats van bestemming tot de conclusie dat de muziekstandaards nog heel erg thuis liggen… Of de muziekmappen… Of het stemapparaatje…
Of je moet optreden tijdens windkracht zeven, de liedjes in de muziekmap vlak voor je waaien steeds enorrum door mekaar en je realiseert je met je mond op streep dat je thuis bij de tsjeklist gestopt bent vóór ‘wasknijpers’…
Of je zit te spelen op een zomersvol terras als er ineens een enorme regenwolk open barst. Je stopt abrupt, zet snel al de muziekspullen veilig bij mekaar in een hoekje onder wat parasols en als je daar mee klaar bent, breekt grijnzend de zon weer door. En is je publiek weg…
Of je stemt na een nummer even snel je gitaar en merkt dan tijdens het eerstvolgende liedje dat je alle snaren op ‘geen geluid’ hebt gezet. Heuh? Terwijl de andere twee dapper doorzingen kijk je fronsend naar de versterker en volgt vanaf daar het snoer dat nog braaf op de grond ligt te wachten op verbinding met je gitaar…
Of je bent dubbelzijdig plakband vergeten bij dat dottige nieuwe blousje dat je persé aan wilde  en elke keer als je moet bukken om je tamboerijn van de grond te pakken, hebben je blousje plus inhoud vreed last van de zwaartekracht…
Of je houdt je braaf aan de afspraak ‘tijdens het optreden géén alcohol!’, alleen weten je fans dat niet en die blijven vrolijk goudgele rakkers op het podium zetten. En dan gebeurt het wel es dat je na een tijdje per ongeluk enthousiast een refrein in zet terwijl je twee buren nog halverwege een couplet zitten…
Of je moet op een zomerse dag spelen in een gezellig aangeklede boerenschuur, terwijl je hartstikke hooikoorts hebt…
Eén voordeel wat de muzikale ‘dagmerries’ van de GBBtjes betreft: ze hebben wel humor eigenlijk. Achteraf bekeken…
Plaats een reactie

(Part 12)vervolg”Daar aan de kust”…

De knie van dochterlief heeft rust nu, de pijn is geminderd en dat is aan heel de vrouw er omheen goed te merken. Haar rijk aanwezige verbale genen zijn super vrolijk gestemd en dat ze in haar openingswoord de Schelde voor oceaan aanziet wordt haar spontaan vergeven.

Andere dochter heeft het wat moeilijker. Haar pijnlijke keel begint na een aantal nummers vreed te protesteren en water, citroenen en spray blijken niet echt te helpen. Ondanks een af en toe pijnlijke mimiek zingt ze dapper door, alleen, qua volume is ze nergens. Moeten we haar normaal altijd een tandje terug zetten, nu gaan er zelfs drie tandjes bíj. Leve daarom de techniek!
De beide meiden zijn na een tijdje trouwens al hun pijntjes en ongemakken vergeten, hoor. Ze beschikken namelijk niet alleen over prettig ‘kijkmateriaal’ maar hebben al snel een stuk of wat enthousiast terug kijkende mannelijke fans aan hun lippen hangen. Ook zoonlief mag deze keer niet mopperen. Vlak in z’n buurt, aan het hoekje van de bar, hebben zich een aantal vrolijke vrouwen verzameld, iets wat duidelijk een positief effect heeft op z’n gitaarspel. Het wachten is nu natuurlijk op een brekende oververhitte snaar, alleen, dat gebeurt niet. Wel iets anders. Zoonlief heeft namelijk de eigenschap om af en toe tussen de nummers een paar beginakkoorden heavy materiaal te spelen. En als het publiek dan mee gaat zingen zegt ie na een tijdje droog door de microfoon: “Ehm, díe spelen we niet”. Mwahaha, leuke grap, klaar. Meestal toch. Alleen deze keer moet ie z’n grap duur bekopen. Z’n lachend afgebroken ACDC-beginnetje wordt door ACDC-fans niet gepikt en ze blíjven om Rosie roepen. Dus zo goed en kwaad als ie kan (heeft de tekst niet bij hem natuurlijk) rolt ie samen met een paar enthousiaste zangers en zangeressen door een couplet en refrein. Daarna volgt er weer gewoon GBB-repertoire en driestemmig zingen ze de tweede set de zon naar beneden.
Eén vrouwelijke ACDC-fan blijft de rest van de avond heel erg in de war. Smeekt dan ook na élk nummer nog es om ‘Rosie’ en ondanks z’n brede glimlach kan zoonlief tegen het eind van de avond geen kant meer op. Z’n zussen gaan na het laatste nummer quasi mopperend van hun barkrukken af, ploffen neer aan een tafeltje en broerlief gooit solo ACDC nog es in de groep. Hij heeft daarna de smaak te pakken, want in een super zeeuwsvlaamse opwelling covert hij samen met het hele paviljoen nog een paar refreintjes Kapitein Rooibos. Geweldige afsluiting, heerlijke avond. Ja, het kan verbloffend leuk zijn, daar over de Schelde…
Enorm voldaan maar moe stapt het trio een uurtje later in de auto’s. Het is nog een hele reis terug, maar de nog zeer aanwezige beenspieren houden hen vannacht (en de komende dag) wel wakker…

Tsja, als je speelt in een band
gaat je leven niet altijd over rozen
maar ook wel es over duinen and a whole lotta sand…

 

Plaats een reactie