(Part 31) Stil in oktober…

Wat maakt een nummer speciaal…
Misschien pakken tekst en melodie je, of ben je verliefd op de zanger, werd het speciaal voor jou geschreven of gezongen, is het op een voor jou bijzonder moment ‘toevallig’ net op de radio of geeft het op een verpletterend treffende manier een stukje van je leven weer. Kortom, we hebben allemaal om diverse redenen een speciaal nummer.Vervelend is het dan ook als een voor jou al jarenlange favoriet door omstandigheden van z’n speciale voetstuk dreigt te vallen. Sommige Ingelsjes hebben soms namelijk de irritante onhebbelijkheid om Engelstalige nummers in het Nederlands mee te galmen. Bijzonder traumatisch is dat. Want de letterlijke vertaling loopt niet, rijmt van geen meter en maakt zo gehakt van alle vertrouwde vibes die ooit  bij jouw liedje hoorden. Heb het een paar keer meegemaakt en ben er m’n kroost nog steeds zeer ondankbaar voor. M’n favoriete nummers zijn toen lang niet geweest wat ze waren, simpel omdat ergens in m’n achterhoofd die hilarisch bedoelde maar ernstig averechts werkende Nederlandse zinnen mee bleven lopen.
Andere  manier om een speciaal nummer van the mams een tijd om zeep te helpen is een diep ontroerende, kippenvel bezorgende ballad herhaaldelijk in een stevige rock- of metalversie te spelen. Hoe je als versteende luisteraar daarna ook je best doet, die herinnering blijft heel lang in de weg zitten.
Van een ander kaliber is ‘Stil in mij’(Van Dik Hout). ‘k Vind het een nummer van niks, alleen, door de GBBtjes gezongen, krijgt het wel iets. ’t Mooiste gedeelte vind ik het driestemmige refrein, alleen, ook daar hebben ze weer iets vervelends op gevonden. Elke keer als Bart zingt ‘en het is zo stil in mij’ klinkt er vanachter een andere microfoon: “in míj?! Het is oktober, man!”

Kortom, voor een melige bui van de Ingelsjes is geen enkel nummer veilig.
Trouwens, niks eigenlijk…

Plaats een reactie

(Part 30) Pretty GBB-ers all in a row…

Een optreden Ergensverweg in Limburg: helemaal geweldig!
Heel relaxed vertrekt de (geleende) GBB-bus deze vrijdagmiddag vanaf de Steenovenweg. Vrolijke GBB-ers, ruim op tijd, gewapend met Tomtom. Niks in de weg. Nee, maar wel d’r óp. De ring rond Antwerpen is één grote, irritant oneindige file. Langzaam vult de cabine zich met stressvibes, want de GBBers hebben een afspraak in  Ergensverweg en de file slokt gretig de ruim genomen vertrektijd op. Besloten wordt om ‘dan in godsnaam maar dwars door Antwerpen te gaan’. Tsja, dat hadden een paar miljoen andere automobilisten ook bedacht. In Antwerpen wordt het ineens on-Ingelsjes stil in de bus en zelfs de muziek gaat af. Zoonlief zit heel boelkloedig achter het stuur, want godsallemachtig, de druk door autoblik bevolkte stad blijkt een ernstige vuurdoop. Zo leggen voorrangsregels al snel het loodje; voorrang krijg je daar niet maar neem je gewoon. Plus, niks mis met rijlessen nemen in Terneuzen, alleen, trams rijden daar alleen in het theorieboekje. Dus shit, hoe zát dat ook al weer met die pokke dingen?! En dan de stoplichten; op zich niks moeilijks aan. Alleen, die springen op groen en zeggen níet ‘ehm, ik zou even blijven wachten, want heel Antwerpen staat in de file’. Dus rijd je gewoon door en dan blijkt het vóór je vast te lopen waardoor je midden op het grote kruispunt stil moet blijven staan terwijl even later links en rechts van je héél veel auto’s grijnzend jouw kant op komen. Dat zijn geen grappen meer. De irritant rustige stem van de Tomtom loodst je uiteindelijk naar de zo welkome afslag richting autoweg. Wélja, kan er nog wel bij, want die blijkt afgesloten. De Domdom geeft het daarna niet op en blíjft je naar die pokke afslag sturen. Affijn, na lang ploeteren: eindelijk, de autoweg. Er kan weer een plank op het gas. Al met al arriveert de GBB-bus een uur later dan gepland in Ergensverweg. Evenals de tweede muziekwagen, die ook het woord ‘file’ niet meer kan horen. Met een tempo op hyperventilatieniveau worden alle muziekspullen binnen op het podium ‘gegooid’ en als na een half uurtje de receptie begint, valt iedereen met een diepe zucht in een stoel. Gelukkig worden ze tijdens de wachttijd prettig in de watten gelegd én mogen ze een paar uur later een hapje mee prikken van het meer dan welkome buffet. Dat één van de hongerige GBBers daar eerder staat dan het bruidspaar wordt gelukkig op tijd gezien en gecorrigeerd. En dus sluiten ze daarna braaf aan. In de file…

Plaats een reactie

(Part 29)”Clash of the lyrics”…

Bezoeken de twee GBB-bands hier sowieso regelmatig de muziekschuur, deze zondag moest er door XL toch even wat puntjes op de ‘i’ gezet worden. Er stond namelijk deelname aan een voorronde van Clash of the Coverbands op de agenda en de nummers moesten natuurlijk wel staan als een huis. Vervelende beperking voor een paar GBBers was wel, dat de muziekmappen niet mee het podium op konden. Kún je nog over discussiëren natuurlijk –iets wat de sterk verbale Ingelsjes irritant vaak en vooral langdurig kunnen- alleen, da’s niet gebeurd. Ze hadden nu toch wel zoiets van ‘mwoh, vijf/zes nummers uit ons hoofd leren, moet kunnen’. Dat ging een heel eind goed, alleen bleken de coupletten van Sharp dressed man/ZZtop voor één van de zusjes behoorlijk te stroppen. Dat er in het nummer een shirt, shoes, suit, tie, watch en ring voor kwamen, wist ze wel, maar niet wanneer welk pokkeding aan de beurt was. Ze gooide dan ook chronisch heel de handel door mekaar, wat ernstig ingewikkeld was voor de meelopende tweede stem van andere zus. Toch, de streken van school vroeger bleken nog niet verleerd. Er werd een minuscuul spiekbriefje gemaakt met ‘tekeningetjes’ die relateerden aan de woorden et voila, probleem opgelost.
Affijn, na een uurtje repeteren werd er door het XL-zestal even gepauzeerd en tijdens een rondje koffie vooruit geblikt…”
“Jeetje, vrijdag al. Spannend, hè?”
“Och, ik heb het niet zo op wedstrijden. Ik doe gewoon m’n best, net als anders”.
“Ja, hè hè, wij ook. Alleen, dit is wel eventjes Be-ne-lux, toch niet niks”.
“Ehm, doe mij maar een biertje”.
“Ik vind het super om mee te doen, echt. Maarre, ik reken nergens op”.
“Ha! Da’s voor jou niet moeilijk! Jij kán helemaal niet rekenen!”…

Baai de wee: ben hartstikke trots op alle GBB XLers. Ze behaalden tijdens de voorronde de eerste prijs plús de publieksprijs! Op naar de volgende ronde!

1 Reactie

(Part 28)”The guitars they are a changing”…

Heel de winter stond je daar. Stil, stoffig en scheef in je standaard, zwaar leunend tegen de piano, een snaar gebroken op de grond. En vaak dacht je met weemoed terug aan hoe het allemaal begon…
Je was de eerste akoestische ‘ehm, moet ik nog afbetalen’-gitaar van het baasje en hebt heel wat vrolijke gitaarlessen met em versleten. Je was erbij toen chronisch opengehaalde vingertoppen plaats maakten voor gitaristeneelt en met de jaren zag je het zelfvertrouwen van het baasje groeien. Alleen, zoals elke gitaar weet: geleerde muziekstof heeft vleugels nodig. Los van elkaar vonden het baasje en z’n twee ook zeer muzikale zussen in diverse bandjes wel een uitlaatklep, maar jij voelde aan je snaren dat er iets anders zat te broeien…
En dat begon als een lolletje; drie Ingelsjes die samen een klein optreden verzorgden. Alleen, de combinatie van plezier in het muziek maken en enthousiast publiek haalde bij de drie al snel een warm en overweldigend ‘meant to be’-gevoel boven. The Good, The Bad & Bart werd geboren en jij was er bij. Vanaf toen lag je bijna elke dag in het baasje z’n armen, want er moest een heel repertoire bij mekaar gerepeteerd worden. Optredens volgden en overal werd je mee naar toe gesleurd. Je hebt bier over je heen gehad, wolkbreuken, zand, stro, een muziekkar, maar je hebt het baasje nooit in de steek gelaten. En hij jou niet…
En toen kwam de dag dat de GBBtjes woorden gaven aan een al lange tijd sluimerend, onrustig gevoel. Hun muzikale ziel en zaligheid bleek te groot voor het semi-akoestische GBB-repertoire; ze wilden een band er bíj, met drum en elektrische gitaren, lekker rocken. Die uitgesproken wens ging als een lopend vuurtje de kosmos rond en binnen no time was de extra band een feit: The Good, The Bad & Bart X(tra) L(arge) was geboren. En dus moest er in de muziekschuur vreed gerepeteerd worden. Alleen, jij was daar niet bij. In de XL-band heeft het baasje jou namelijk verruild voor een elektrisch gitaar. Daarom werd jij hier binnen in de kamer geparkeerd en mocht al die repeteermaanden ‘Remy’ zijn. Tuurlijk ga je nog mee als de kleine GBB uit moet rukken, alleen, je akoestische hart doet pijn als je elektrische concurrent vertelt over zijn avonturen. Al zijn die wel altijd ernstig overdreven. Maar ja, wat wil je, XL…

1 Reactie

Part 27 “Goin to the chapel”…

’t Is woensdagavond, uur of acht, als de telefoon gaat. Oudste dochter aan de telefoon. “Hé mam”, klinkt een verdrietig roestige stem, “ik krijg keelontsteking en dat kan niet want ik heb twee optredens voor de boeg en ik mag nú naar de HAP. Wil je even thuiswachten? ”Dat laatste delegeer ik naar paps, omdat het me beter lijkt dat ik met haar mee ga. Een paar jaar geleden moest ze namelijk ook naar de HAP vlak voor een optreden. Omdat de dienstdoende dokter haar na een snelle diagnose meteen van de nodige medicatie voorzag, was ze zó blij dat ze direct met em wilde trouwen. Gelukkig was ik toen in de buurt om dat te voorkomen. Vandaar dat ik nu zoiets heb van ‘ik ga maar mee, je weet nooit’…Het consult bij de HAP duurt niet lang. Met een boos gezicht en de nodige rookwolken komt ze even later de wachtkamer terug binnen. Oeps. Wéér moet ik haar tegenhouden, alleen, ’t is niet voor een trouwfeestje deze keer. “Ik vermoord em!” sist dochterlief met gebalde vuisten, “hij zei gewoon dat er niks aan de hand was! Oververmoeid! Dûûûh, of ik daar beter van ga zingen! Ik weet toch wel wat ik voel zeker!” Ik voorkom een lynchpartij door haar snel het ziekenhuis uit te loodsen. De rit naar huis is verre van vrolijk. Met het beetje stem wat ze nog heeft, blaast ze vijftien boze kilometers stoom af. Thuisgekomen eindigend met ‘maar, hoe moet het nou?’… Ik weet het ook niet en neem na een tijdje met een zwaar hart afscheid. Volgende morgen, uur of elf, telefoon. “Hé mam”, klinkt een blije roestige stem, “ik ga met de huisarts trouwen!” Godsamme, denk ik, nou dát weer. “Ik kom er net vandaan. Er zit wel degelijk een beginnende keelontsteking en omdat hij er van uit ging dat ik ook nog wel moest zingen, heb ik medicijnen gehad. Komt het toch nog goed!” Ja, ik was blij voor haar, alleen met dat ‘goed’ viel het in eerste instantie wel mee. Toen we die avond op het speeladres arriveerden had ze niet veel praatjes en tijdens de soundcheck en het begin van de eerste set moest zelfs haar volumeknop een stuk hoger. Toch viel haar stem er na een tijdje door. Gelukkig… Applaus voor de huisarts, want de volgende muziekdag klonk haar stem een stuk beter en bleek ze ook haar ‘vrolijke babbel’-frequentie weer terug te hebben. Hm, wat dat betreft zou het mooi zijn als jongste vrijgezellige dochter es een dokter aan de haak zou slaan. Als die dan ook nog muzikaal is, een grote muziekbus heeft en veel geld zul je mij niet meer horen…

 

Plaats een reactie

(Part 26) “Bad Bart times” …

We zitten vlak voor een optreden nog even aan de koffie als beide meiden ineens een ijselijke gil slaken. “Getverderrie! Heb je die grote púist in je nek al gezien?!” roepen ze met de nodige mimiek naar broerlief, “dáár kun je niet mee optreden natuurlijk! Je moet wel een beetje aan je p.r. denken, hoor!”. Oudste zus staat op en met een ‘hup, mee naar de w.c. jij!’ pakt ze broerlief bij de arm. Na de uitknijp-operatie ploft ie met een opgelucht gezicht terug aan tafel. Hm, de puist is dan wel berg-af, maarre, heel de nek er omheen kleurt langzaam knalrood. Nou ja, beter een knalrode nek dan een rode neus, zullen we maar denken. Bovendien heeft broerlief het niet in de gaten en dat laten we dan ook maar zo…

De eerste set is nog maar twee zinnen ver als de zangeressen abrupt stoppen. Ze hebben éven pauze, horen we door een microfoon, want broerlief heeft net z’n snelheidsrecord ‘snaren breken’ gebroken. Affijn, na een snelle snaarverwisseling kunnen ze weer verder. Was het plan toch; na een tijdje blijkt zoonlief namelijk z’n gitaar op ‘geen geluid’ te hebben gestemd. Terwijl paps tijdens het nummer niet-begrijpend bij de versterker staat, krijgt zoonlief ineens in de gaten dat ie met-zonder ingeplugd snoer speelt…

En het blíjft em tegen zitten. Na een paar nummers valt het me op dat ie problemen met z’n stem heeft. Die klinkt zachter en bovendien haalt ie z’n hoge noten alleen met een paars aangelopen hoofd. Met een aan wanhoop grenzende zucht ploft ie in de pauze aan tafel. “Er is iets mis met m’n stem”, kreunt ie, “ik krijg em niet goed”. De meiden bestellen meteen een berg citroenschijfjes. Lapmiddeltje, maar toch. Niet begrijpend staart broerlief even later naar het schoteltje. “Het is toch hopelijk niet de bedoeling dat ik die dingen óp ga eten, hè?!” roept ie boos. Alleen, tegen de vol knobbeltjes, verdikkingen en KNO-arts zittende donderpreek van z’n zussen kan ie niet op. Terwijl twee bekers chocomelk met slagroom lange tijd een schoteltje afgekloven citroenschijfjes uitlachen, valt het kroost ineens stil. Oeps, ze hebben aan het eind van de zaal een clown gesignaleerd. En hij loopt gewoon los! Ik hou m’n hart vast; mijn kroost heeft namelijk een  clown-fobie, maken zich graag meteen uit de voeten als zo’n kleurrijk mobiel schilderij in hun buurt komt. Alleen, vluchten kunnen ze niet meer, want met een ‘hé, ik ken jullie mams!’ komt de clown naar ons tafeltje toegelopen. Godzijdank gaat me snel een lichtje op; met een brede glimlach kijk ik em aan en dat heeft een positief effect op het kroost. Drie paar gebalde vuisten ontspannen zich en jongste dochter durft zelfs tegen em te praten. Alsof de clown weet dat alle jarenlang opgelopen trauma’s bij zijn collega’s goedgemaakt moeten worden, zet ie het kroost even later op het podium vrolijk in de aan elkaar geknoopte ballonnen. Oudste dochter krijgt een metershoge speen voor d’r microfoon en jongste dochter een joekel van een bloem. Zoonlief moet helaas de set afspelen met een ‘als publiek hou je het echt niet droog’-hoedje op z’n hoofd.

Tsja, die had behalve z’n dag blijkbaar ook z’n clown niet…

 

2 reacties

(Part 25)”Leaving on a boat”…

Hébben wij weer! Speelde zomaar voor een keertje een bevriende bassist mee tijdens een optreden, wil ie niet meer weg! Tsja, en wat moet je dan…
Hij had geluk, want het kroost vond het niet eens een ramp. Op alle fronten is de ‘klik’ aanwezig en, belangrijker nog, hij heeft een tomtom! Daar is het kroost nog steeds voor aan het sparen, dus is nu bijzonder meegenomen als we es vreemde grenzen of het water over moeten.
Zo ook deze keer. De reis ging naar Doverkant. Het kroost reed natuurlijk met de tomtom mee en paps en ik konden (zonder discussies) gewoon volgen. Niks aan de hand. Totdat we met vliegende vaart een groot blauw bord langs de snelweg passeerden met daarop de naam van de plaats van bestemming. “Godsamme”, zeiden paps en ik tegen elkaar terwijl de Zeelandbrug naderde die we níet over moesten. Net op het moment dat paps op z’n claxon wilde gaan zitten, gaf de tomtom-auto bij de laatste stoplichten richting aan naar links. En kwam het toch nog goed.
Wat er even daarvoor mis was gegaan, werd me bij aankomst al snel duidelijk. De weg vinden met een tomtom is peanuts, míts je de vrolijk zeverende GBBtjes niet bij je hebt…
Affijn, de te spelen plaats is indrukwekkend; gelegen aan een haven en zo ver als we kunnen kijken stikt het van de boten, variërend van groot tot enorm. Het kroost is dan ook helemaal ‘into boats’ deze avond. Verzoeknummers worden alleen maar gespeeld als er een tochtje met een boot tegenover staat en tijdens het nummer ‘Brown eyed girl’ klinkt na de gezongen zin ‘making love in the green grass’ een droog ‘óf op een boot’…
Onze bassende ‘aangenomen grote broer’ laat het GBB-thema glimlachend over zich heen komen; hij heeft wel iets anders aan z’n hoofd. In verband met de krappe speelruimte hangt ie namelijk regelmatig met de hals van z’n bas in de borden van de eters vlak naast em. Maar die zitten daar  niet mee. Integendeel zelfs. Zijn wollige krullenbos geeft em blijkbaar een waar teddybeer-effect; de wat oudere vrouwelijke gasten aan de tafel zijn een hele avond niet van em weg te slaan.
Het is voor alle vier de muzikanten dan ook even prettig bijkomen in de pauze. De snijdende wind en regen (tsja, je bent jong of onverstandig en je rookt) zorgen in ieder geval voor een fris hoofd. En dus een onvergetelijke laatste set.
Met het rimpelende maanlicht op het woelige water op ons netvlies gebrand, rijden we tegen middernacht weer terug naar huis. Met twee auto’s en kar, omdat alle Ingelsjes én aangenomen grote broer én de muziekspullen nou eenmaal veel plek vragen. En da’s best jammer toch. Want je hebt met z’n allen een hele avond zó veel meegemaakt en niks is leuker om dan ook mét z’n allen op de terugweg alles even de revue te laten passeren. Voor de zoveelste keer bedenk ik, dat we toch es serieus op zoek moeten naar een sponsor voor een rockende Good, Bad & Bart muziekbus.
Hm, óf een boot…
2 reacties

(Part 24)”They stopped the rain”…

Er staat deze zondagmiddag een optreden gepland. Alles is geregeld, alleen, als rond half tien de telefoon gaat, neem ik met een akelig voorgevoel op. “Eeeeh mam, ik heb me verslapen”, hijgt iemand in Tilburg die eigenlijk al een paar uur in de trein had moeten zitten. Zoonlief krijgt dus een spontaan ‘hoe kun je nou zó stom zijn?!’ terug. Het is even stil en dan zegt ie: “Eh nou, het zit zo, ik dacht vannacht dat ik in het goeie bed was gestapt, alleen, toen ik vanmorgen wakker werd, hadden de cijfers op m’n wekker ineens een andere kleur… Enne, bij nader inzien bleek het geeneens m’n eigen wekker te zijn…, ook m’n eigen bed niet…”. Wat bleek, zoonlief, die z’n studentenkamer tegenover z’n -al een dag eerder naar Biervliet afgereisde- zus heeft, was die nacht na een toiletbezoekje dus links- in plaats van rechtsaf geslagen… Maar goed, hij was daarnet dus het verkeerde bed uit gevlogen, had met de nodige ‘knopen’ in de kamer aan de overkant zijn al twee uur smekende wekker afgezet en hangt nu dus hijgend aan de lijn. De ramp lijkt mee te vallen; als we hem in Terneuzen bij het busstation ophalen, redden we het. Zo gezegd, zo gedaan. De autorit vanaf daar zit even vol met ‘kauwgomalarm!’ van de dames Achterbank, omdat broerlief deze morgen dúidelijk z’n Listerine-gorgeltje vergeten is. Maar goed, humor overwint en vrolijk komen we netjes op tijd op de plaats van bestemming aan…
Het lachen vergaat ons en de organisatoren helaas al snel. Alle terrassen, het weitje en de vele parasols, bedoelt voor een stralende middag, moeten de woede van een stel donkere wolken ondergaan. We zijn nog niet eens begonnen met opbouwen als de regen al met kleine gemene bakjes uit de lucht komt vallen, iets wat overgaat in een stevig aanhoudende plensbui. Als de GBBtjes een halfuurtje later op hun barkrukken plaatsnemen, besluiten ze om met ‘Who’ll stop the rain’ te beginnen, je weet maar nooit. Tijdens dit nummer worden de verantwoordelijke weergoden ‘Boven’ toch wakker (zondagdienst natuurlijk…) want verrek, écht waar, als het nummer afgelopen is, wordt de regenkraan dichtgedraaid! En de zon komt! En publiek! Joepie!
Oke, welk nummer nu? De (vooraf zorgvuldig opgestelde) setlist mag best door mekaar gegooid, vinden twee GBBtjes. De derde vindt van niet. Ze hoopt haar gelijk te krijgen door luid te verkondigen ‘dat ze anders meteen uit de band stapt!’. “Kan niet”, krijgt ze droog terug, “want de broertjes en zusjes zijn op…”. Tsja, en dan kun je inpakken met je dreigementen natuurlijk…
Hilariteit daarna als Patrick Vannetgeluid de wei op komt gelopen met aan z’n hand een levensgrote aap. “Oòòòòòh, mensen”, klinkt door een GBB-microfoon, “kíjk allemaal es! Wát een lieve aap!” Gevolgd door “eeeh, jaha, náást Patrick dan hè!” De arme man blijkt ook daarna niet van de GBBtjes af te zijn, heeft er zelfs z’n handen vol aan. Elke keer als ie namens de organisatie omroept dat er voor iedereen ergens weer iets ‘gratis af te halen’ is, vliegt het kroost namelijk spontaan van hun kruk. Om na een streng ‘júllie niet!’ toch weer netjes terug te gaan zitten. Iets wat niet echt een straf is, want ze hebben het ongelooflijk naar hun zin op het podium, zeggen ze. Da’s niet zo verwonderlijk, denk ik, als je podiumdrankjes vanuit de bierkar vlak naast je komen. ‘Die geven ons alleen maar appelsap, hoor mam!’ klinkt een paar keer over het veld. Ja, ja; met twee vingers schuim zeker… Maar goed, het is de laatste set, dus dan mag het…
Affijn, heerlijk optreden, super leuke herinnering weer. Toch rij ik tegen vijven met drie behoorlijk sagerijnige Ingelsjes terug naar huis. Omdat ik nog een berg studentenwas- en strijkjes moet doen, wilde ik namelijk op tijd weg. Zeer tegen de zin van het kroost, want om zes uur kwam er namelijk een échte band!
Goh, wat zijn ze toch heerlijk bescheiden, hè…
Plaats een reactie

(Part 23)”Born to be child”…

Een rustige maandagavond… De telefoon gaat.
“Hé mam”, tettert hoogzwangere dochter in m’n oor, “aanstaande woensdag ben je oma hoor!”
“Hoezo woensdag?” vraag ik met een frons.
“Nou eh, dinsdagavond is het volle maan, dus”.
Oke…
Dinsdagmiddag… Geen weeën. Wel een hoogzwangere dochter die hier buiten haar auto staat te wassen. Na een half uurtje valt ze binnen, twee kreunende handen om haar buik. Fronsend kijk ik haar aan en zeg: “Meisje, had je dit nou niet beter door de aanstaande vader laten doen?”
Ik krijg een boze blik gevolgd door: “Dahag! Die wou dat pas van het weekend es een keer doen. En die auto was nú vuil en moest nú gewassen! Dus!” Ze blijft niet koffie drinken, zegt ze nog, “want de baby is weer es met een complete verbouwing bezig”. Goh…
Woensdagmorgen… De aanstaande ouders vallen binnen voor koffie. Veel ach, geen wee en ze zijn trouwens behoorlijk sagerijnig. Hij, omdat ze in Terneuzen bij de pomp stonden en haar pinpas weer es leeg was. Zij, omdat ie bij iemand geld moest gaan halen en háár achter liet. Als borg…
Donderdagavond… Telefoon. “Hoi mam”, zegt dochterlief, “ik voel me sinds vanmiddag heel erg naar en alles doet pijn. We zitten nu in de auto, moeten even naar Terneuzen komen voor een controle. Ik ga nu hangen, want aanstaande papa is helemaal hyper de pyper. Rijdt te hard, aan de verkeerde kant, haalt alledrie de pedalen door mekaar, godsamme mam, als ik binnenkort met échte weeën naar het ziekenhuis moet, rij ik zélf hoor! Doei”…
Vrijdagmiddag… Dochterlief valt even binnen voor een bakje leut. Ze heeft vandaag weer veel last van oefenweeën, zegt ze, al zetten ze helaas niet door. “Maar”, besluit ze, “ik kan ze goed de baas hoor”. Na een tijdje merk ik dat ze steeds heen en weer zit te draaien op haar stoel. Ze blijkt af en toe een wee te hebben, zegt ze, niks bijzonders. Tot ze ineens keihard ‘Au! Díe doet zeer!’ roept. “Ik ga maar naar huis”, zucht ze daarna, “maarre, het zal wel weer loos alarm zijn. Dit gaat al een hele week zo”. Bij de deur mopperend tegen haar buik: “Hé baby! Ik ben het nu écht beu hoor, dat wachten! Ik zal jóu verdorie es laten wachten, later, bij school!”…
Vrijdagnacht, 3.50 uur… De telefoon gaat. In het pikkedonker zoek ik naast m’n bed het lawaai.
“Hé mam”, roept dochterlief enthousiast in m’n oor, “je raadt nooit wat er net gebeurd is!”
Ik zit meteen rechtop in bed.
“M’n water is gebroken!”, gaat ze verder, “en we zijn op weg naar Terneuzen. Ondanks dat ik nog geen doorlopende weeën heb, willen ze de boel toch even controleren. Ik bel nog wel, doei”.
Tien over vijf… “Hoi mam! Alles is oke en ik mocht lekker nog even terug naar huis. ‘k Ga proberen wat te slapen. Als er iets is, bel ik wel. Welterusten!”
Zaterdagmorgen elf uur… Twee vrolijke aanstaande ouders vallen binnen voor een (vooraf besteld) uitgebreid ontbijt. Terwijl dochterlief (met af en toe een wee) drie croissantjes meer dan rijkelijk belegd met allerlei lekkers gooit ze nog even op dat het misschien wel es een zondagskindje zou kunnen worden. We zullen zien…
Die nacht, 4.50 uur… Telefoon. “Hoi mam! Ik werd een uurtje geleden wakker enne, weeën hoor! Om de vijf á tien minuten al. Goed hè? Wou ik even laten weten. We bellen nog, doei”…
Rond zes uur die ochtend vertrekken ze naar het ziekenhuis en vier Ingelsjes worden vanaf nu regelmatig op de hoogte gehouden van alle ach’s en vooral weeën. We leven enorm mee met onze dappere dochter/zus en gaan stil en warm hopend de avond in.

En eindelijk, hoera, om 21.18 uur die zondagavond was ie daar dan: Neill, born to be child…

Plaats een reactie

(Part 22)”No car, no cry”…

Hadden we door de muzikale hobby van het kroost wél plaats in onze Daewoo voor alle muziekattributen maar níet voor het kroost (tsja, een mens moet prioriteiten stellen…), met de investering in een piano pasten ineens ook een heleboel attributen niet meer. Plus, ons good old muziekkarretje zat óók vol. En ja, aangezien ‘het busje’ nog steeds moet komen (een bank overvallen: het zit gewoon niet in ons…) had paps zoiets van ‘weet je, ik héb ergens in de schuur nog een stevig onderstel van een grótere kar en…’. Wel, dankzij de geweldige hulp van een handige kennis stond er na een klein maandje een onderstel mét stevige en waterdichte bovenbouw terug op ons ‘of. Moest nog wel geschilderd worden en aangezien álles hier op ons ‘of geschilderd wordt in de kleur die paps ‘toevállig net nog in de schuur heeft staan’, werd deze keer het te verven object, de muziekkar dus, knalrood. Zullen ze op de weg niet makkelijk over het hoofd zien, dacht ik nog even positief. Het komisch geval wil dat de achter ons rijdende weggebruikers de kar inderdaad goed kunnen zien, alleen zie ík de weggebruikers niet meer… De kar is namelijk beduidend hoger dan de vorige, waardoor je in je binnenspiegel alleen maar een enorm rode vlek ziet. Je hoeft je dus niet af te vragen hoe moeilijk het voor een vrouw (en komisch voor de mannen) wordt als ze dan met heel die handel achterúit moet rijden. Mijn ruimtelijk inzicht bijvoorbeeld blijkt in m’n hoofd altijd beduidend groter dan de werkelijkheid. Heb ooit es onze Daewoo achteruit de schuur gereden; na veel gekraak stapte ik buiten uit driekwart auto terwijl binnen in de schuur het andere kwart me zielig en verkreukeld aan lag te kijken… ‘k Moet er dus niet aan denken dat ik in m’n achteruit moet met die kár, hè! Alhoewel, ik heb ooit aan het eind van onze Steenovenweg paps es met een rotgang de auto achteruit weten draaien; die rotgang lukte um wel, alleen was de afloop een beetje heel erg vervelend omdat ie vergeten was dat er nog een karretje achter hing… Nu valt een deuk meer of minder aan onze auto niet echt op, maar deze deuk van paps weet ik feilloos te vinden! Plus, de reden-waarom is natuurlijk altijd bijzonder prettig om te vertellen…
Affijn, of de duvel ermee speelde, al heel snel moesten we uitrukken met onze nieuwe kar en kon paps vanwege voetbalverplichtingen niet mee. Een vrouw achter het stuur dus.
“Tsss, het is toch maar gewoon rechtdoor rijden?!” zegt jongste dochter nog als ze gas geeft en vertrekt, “die kar volgt wel hoor”. Toch blijkt na een tijdje dat er wel iets meer bij komt kijken. Zeker als je bijvoorbeeld over zo’n pokke verkeersdrempel gaat. Vliegt in onze auto sowieso dan alles wat op de vloer ligt tegen het plafond (dat ding heeft blijkbaar ánti-vering), de handen die je normaal uitsteekt om alles terug op te vangen heb je nu écht allebei nodig aan het stuur hoor.
En natuurlijk is dat nog niet alles… Volgend probleem is dat bij veel te spelen plekken vaak geen oase aan parkeergelegenheid is, laat staan voldoende ruimte om met je auto+kar te draaien. Toch, ook al missen wij vrouwen ruimtelijk inzicht, creatief dénken kunnen we als de beste. In die zin, bij het constateren van weinig (vrouwelijke) draai-ruimte geef je toch gewoon je autosleutels aan een man in de buurt? En vraagt dan met een aan wanhoop grenzend gezicht ‘of ie asjeblieft even je auto-met-aanhang wil draaien’. Geen enkel mannelijk ego zal dat weigeren hoor. Alleen, toen ik dat idee opgooide bij de meiden kreeg ik gelijk de wind van voren. ‘Of ik achterlijk was!’ en ‘waarom zíj die handel niet gedraaid zouden krijgen!’. Tsja, de in hun kindertijd ontstane (oooh, wat waren ze irritant) ‘zelluf doen!’-trekjes zijn om de één of andere onverklaarbare reden soms nog steeds aanwezig.
Ik peins, dat onze Daewoo nog vaak in een deuk zal gaan…
Plaats een reactie